Laatst zag ik de film “Bobbie”
over de mensen die
de moord op Robert Kennedy meemaakten. In de laatste minuten van deze
prima film is de laatste openbare toespraak van Bobby te horen. Hij
dateert van 5 april 1968, maar is nog behoorlijk actueel.
Een stukje tekst daaruit:
Some looks for scapegoats, others look for
conspiracies, but
this much is clear; violence breeds violence, repression brings
retaliation, and only a cleaning of our whole society can remove this
sickness from our soul.
For there is another kind of violence, slower but
just as
deadly, destructive as the shot or the bomb in the night. This is the
violence of institutions; indifference and inaction and slow decay.
This is the violence that afflicts the poor, that poisons relations
between men because their skin has different colors. This is a slow
destruction of a child by hunger, and schools without books and homes
without heat in the winter.
This is the breaking of a man’s spirit by denying
him the
chance to stand as a father and as a man among other men. And this too
afflicts us all. I have not come here to propose a set of specific
remedies nor is there a single set. For a broad and adequate outline we
know what must be done. When you teach a man to hate and fear his
brother, when you teach that he is a lesser man because of his color or
his beliefs or the policies he pursues, when you teach that those who
differ from you threaten your freedom or your job or your family, then
you also learn to confront others not as fellow citizens but as enemies
– to be met not with cooperation but with conquest, to be subjugated
and mastered.
….
But we can perhaps remember – even if only for a
time – that those who live with us are our brothers, that they share
with us the same short movement of life, that they seek – as we do –
nothing but the chance to live out their lives in purpose and
happiness, winning what satisfaction and fulfillment they can.
Surely this bond of common faith, this bond of
common goal, can begin to teach us something. Surely we can learn, at
least, to look at those around us as fellow men and surely we can begin
to work a little harder to bind up the wounds among us and to become in
our hearts brothers and countrymen once again.
Ik heb geprobeerd dit te vertalen naar iets dat op Nederlands lijkt.
Mijn excuses hiervoor:
Sommigen zoeken naar zondebokken,
andere naar
samenzweringen, maar zoveel is duidelijk; geweld kweekt geweld,
onderdrukking brengt vergelding, en alleen een grote schoonmaak van
onze hele
samenleving kan deze ziekte uit onze ziel wegpoetsen.
Want er is een ander soort van geweld, langzamer, maar net zo dodelijk,
destructief als het schot of de bom in de nacht. Dit is het geweld van
de opstelling; onverschilligheid, passiviteit en langzaam bederf.
Dit is het geweld dat de armen treft, dat de relaties tussen
mensen vergiftigt
omdat hun huid van kleur verschilt. Dit is een langzame
vernietiging van kinderen door honger, scholen zonder boeken
en
woningen zonder verwarming in de winter.
Dit is het breken van de geest van een mens door hem of haar de kans te
ontzeggen om een ouder te zijn of mens onder de andere mensen.
En dit treft
ook ons allemaal. Ik ben hier niet gekomen om een
aantal specifieke oplossingen voor te stellen en
er is geen pasklare oplossing. Over het algemeen weten
we best wat er moet gebeuren. Wanneer u mensen leert om angst
en haat te voelen voor anderen, als u mensen leert dat
anderen minderwaardig zijn vanwege kleur
of overtuigingen of beleid, wanneer u mensen leert
dat degenen
die anders zijn dan uzelf uw vrijheid of uw baan of uwgezin bedreigen,
dan
leert u die mensen ook om anderen niet als medeburgers, maar
als vijanden te benaderen – om niet met hen samen te werken, maar te
onderwerpen en overmeesteren.
….
Maar misschien kunnen we er over denken – al was het maar voor even –
dat degenen die met ons samenleven medemensen zijn, dat ze met ons
hetzelfde korte tijdperk delen, dat zij – net als wij doen –
niets anders zoeken dan de kans om te leven met een doel en geluk, en
zoveel mogelijk tevredenheid en voldoening te voelen.
Vooral deze verbondenheid van gemeenschappelijk geloof, deze band van
een
gemeenschappelijke doel, kan ons iets leren. In elk geval
kunnen we op zijn minst leren, om te kijken naar mensen om ons heen als
medemensen en in elk geval kunnen we beginnen met een beetje harder
werken om onze wonden te helen en opnieuw medemensen en landgenoten te worden.

Ware woorden!