Outside

Evert Bombeke   14 januari 2021   Geen reacties op Outside

In 1995 kocht ik het album “Outside” van David Bowie, een succesvolle Brits zanger, songwriter, muziekproducent, kunstschilder en acteur die 5 jaar geleden overleed.

De omslag van het album is een close-up van een zelfportret door David Bowie in 1995.

Nu was ik een gematigd fan van Bowie; als puber kocht ik “de “Ziggy Stardust” elpee en draaide die grijs, maar daarna was ik niet knetter enthousiast over zijn werk, afgezien van “Low“, “Heroes” en “Lodger” (de “Berlin Trilogy“) die ik wel weer erg goed vond.

Daarna zakte mijn enthousiasme voor Bowie’s werk weer in, tot ik die CD in 1995 hoorde en meteen volledig hoteldebotel raakte. Het is geen makkelijke, toegankelijke muziek en tekst; geen hitmateriaal. Dat heeft te maken met de manier waarop het album tot stand kwam.

Na het maken van Bowie’s “Berlin Trilogy“, eind jaren zeventig, hadden Bowie en Brian Eno niet meer met elkaar hadden samengewerkt. Ze ontmoetten elkaar weer in 1992 op Bowie’s bruiloft met Iman Abdulmajid, waar ze elk hun eigen muziek speelden op de huwelijksreceptie. Het klikte weer omdat ze toendertijd beiden de randjes van de mainstream muziek opzochten. Ze besloten echt te experimenteren en de studio in te duiken zonder enige voorbereiding of concept.

Brian Eno (links) en David Bowie (rechts) in Gugging

In 1994 bezochten Bowie en Eno Gugging, een psychiatrische ziekenhuis in Oostenrijk, en interviewden en fotografeerden de patiënten, die beroemd waren om hun “Outsider-art“. Bowie en Eno namen een deel van die kunst mee terug naar de studio in Zwitserland waar ze in maart 1994 samenwerkten en er een drie uur durend stuk bedachten dat voornamelijk uit dialoog bestond.
Het Britse muziekblad Q magazine vroeg Bowie om een ​​dagboek bij te houden dat in het tijdschrift zou worden gepubliceerd, maar Bowie was bang dat zijn dagboek te saai zou zijn. In plaats daarvan schreef hij een dagboek van een van de fictieve personages (Nathan Adler) uit zijn eerdere improvisatie met Eno. Dit werd de basis voor het verhaal van 1. Outside.

In tegenstelling tot sommige van Bowie’s vorige albums werd nu, behalve “Strangers When We Meet”, geen enkel nummer geschreven voordat de band de studio inging. In plaats daarvan schreven Bowie en Eno veel nummers samen met de band in geïmproviseerde sessies met de experimentele songwritingtechnieken die ze tijdens de Berlin Trilogy hadden gebruikt.

Met bijna 75 minuten speelduur is het album een ​​van Bowie’s langste. Toen het werd uitgebracht, wist Bowie dat dit een probleem kon zijn. Hij zei: ‘It’s much too fucking long. It’s gonna die. There’s too much on it. I really should have made it two CDs‘.
Nou, ik vond het echt niet too much. Ik luister nog regelmatig naar het album, zoals ook vandaag. En opnieuw hoorde ik hoe knap het in elkaar zit, hoe fantastisch alle muzikanten spelen en hoe geweldig het geproduceerd is. En weer hoorde ik dingen die ik nog niet eerder had gehoord en kreeg kippenvel.

Bowie had overwogen om tot het einde van het millennium elk jaar of zo een album te schrijven om het verhaal te vertellen van hoe het einde van het millennium voelde. Helaas is dat er niet van gekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.