De legende van de Rode Ridder op het Blauwe Paard

Lang geleden was er de Rode Ridder, die reed op een blauw paard en op zoek was naar een mooie prinses. Hij had gehoord dat in een ver land een rijke oude koning met zijn grote gezin in een enorm kasteel woonde. Aldus reed de Rode Ridder op het Blauwe Paard wekenlang naar dat kasteel om er de hand van de prinses te vragen.

De Rode Ridder op het Blauwe Paard

Toen hij eindelijk bij de ophaalbrug aankwam riep de poortwachter ‘Halt! Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de poortwachter verbaasd.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘In orde, rij maar door’.

Eenmaal binnen de kasteelmuren steeg de Rode Ridder op het Blauwe Paard af en liep naar de ingang van het kasteel, maar werd tegengehouden door een schildwacht: ‘Halt! Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de schildwacht verbaasd.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘In orde, loop maar door’.

In het kasteel liep de Rode Ridder op het Blauwe Paard naar de zaal van de koning, maar werd tegengehouden door een lijfwacht: ‘Halt! Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de lijfwacht verbaasd.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘In orde, loop maar door’.

Eindelijk aangekomen bij de koning liep de Rode Ridder op het Blauwe Paard naar de troon van de koning die vroeg: ‘Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de koning verbaasd.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’
‘Aha, en wat kom je doen?’.
‘Ik wil graag trouwen met uw dochter’
‘Eerst wil ik zien of je geschikt bent en vraag je om me het hoofd van de grote vuurspuwende valleidraak uit de Grotevuurspuwendedrakenvallei te brengen als bewijs van je moed en kracht’

Dus reed de Rode Ridder op het Blauwe Paard drie weken lang naar de Grotevuurspuwendedrakenvallei waar een grote vuurspuwende valleidraak leefde. De enorme draak kwam direct aanvliegen en keek verbaasd naar de ridder: ‘Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de grote vuurspuwende valleidraak verbaasd.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘Aha, en wat kom je doen?’
‘Ik kom je hoofd halen’, zei de Rode Ridder op het Blauwe Paard en hakte met een snelle houw van zijn zwaard de kop van de grote vuurspuwende valleidraak.

Met de kop van de draak als trofee reed hij drie weken terug naar het kasteel en onderweg werd hij toegejuicht door de bevolking die eindelijk verlost was van de grote vuurspuwende valleidraak.

Toen hij eindelijk bij de ophaalbrug aankwam riep de poortwachter ‘Halt! Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de poortwachter.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘O ja, dat is waar ook. En wat heb je daar bij je?’
‘Dat is de kop van de grote vuurspuwende valleidraak uit de Grotevuurspuwendedrakenvallei die ik heb verslagen op verzoek van de koning als bewijs van mijn moed en kracht’
‘In orde, rij maar door’.

Eenmaal binnen de kasteelmuren steeg de Rode Ridder op het Blauwe Paard af en liep naar de ingang van het kasteel, maar werd tegengehouden door een schildwacht: ‘Halt! Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de schildwacht.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘O ja, dat is waar ook. En wat heb je daar bij je?’
‘Dat is de kop van de grote vuurspuwende valleidraak uit de Grotevuurspuwendedrakenvallei die ik heb verslagen op verzoek van de koning als bewijs van mijn moed en kracht’
‘In orde, loop maar door’.

In het kasteel liep de Rode Ridder op het Blauwe Paard naar de zaal van de koning, maar werd tegengehouden door een lijfwacht: ‘Halt! Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de lijfwacht.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard.’
‘O ja, dat is waar ook. En wat heb je daar bij je?’
‘Dat is de kop van de grote vuurspuwende valleidraak uit de Grotevuurspuwendedrakenvallei die ik heb verslagen op verzoek van de koning als bewijs van mijn moed en kracht’
‘In orde, loop maar door’.

Eindelijk aangekomen bij de koning liep de Rode Ridder op het Blauwe Paard naar de troon van de koning die vroeg: ‘Wie ben je?’, waarop de ridder antwoorde:  ‘Ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’.
‘De Rode Ridder op het Blauwe Paard?’, vroeg de koning.
‘Ja, ik ben de Rode Ridder op het Blauwe Paard’
‘O ja, dat is waar ook. En wat heb je daar bij je?’
‘Dat is de kop van de grote vuurspuwende valleidraak uit de Grotevuurspuwendedrakenvallei die ik heb verslagen op uw verzoek als bewijs van mijn moed en kracht’
‘O ja, dat is waar ook. Prachtig; een waarlijk bewijs van je moed en kracht. Wat kan ik voor je doen om je te belonen?’.
‘Ik wil graag trouwen met uw dochter’

‘Dat moet een misverstand zijn, moedige en krachtige Rode Ridder op het Blauwe Paard; ik heb namelijk helemaal geen dochter’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.